Als ik wakker word staat de wereld in brand. De vlammen komen tot aan mijn balkon, en ik spring vlug uit bed. De muren van mijn kamer zien er uit alsof ze elk moment kunnen gaan verbranden; het behang bladdert af.
Buiten is het licht; het is niet het licht van de zon dat ik zie, want het is nog altijd nacht, maar het licht van de vele vlammen, de vuurzee daar buiten. Alle huizen in de wijk brandden, evenals de auto’s, en de schaarse voorbijgangers die ik zie. Af en toe wordt het hele stratenblok opgeschud door bevingen en trillingen. In de straat zijn scheuren te zien, soms zelfs hele zwarte gaten waaruit slechts vuurtongen te voorschijn schieten.
Dit is het Eind der Tijden.
Hoe is het geëindigd? Was het een meteorietinslag? Een milieuramp? Een fabrieksramp? De wraak van God? Wie zal het zeggen? Wie zal het weten? Wie maakt zich er nu nog druk om? Het is te laat. Te laat. Ik heb gelijk gehad. Ik heb geprobeerd de mensen te vertellen over het aanstaande van de wereld, maar niemand wilde luisteren, en nu krijgen we dit.
Ik ga op de rand van mijn balkon staan, mijn volgende stap overwegend. Heeft het nog zin om te vluchten, om te proberen mijn gebouw te verlaten, wat spullen mee te nemen, mijn fiets te zoeken en weg te rijden, op zoek naar een veilige haven?
Nee, het heeft geen zin.
Ik zie daar door de straat iemand lopen. Zijn het mensen die wel willen vluchten? Nu pas vallen de kreten me op. Overal schreeuwen mensen. In huizen, op de straat, in de appartementen naast me. Wat heeft het voor zin om te schreeuwen? Het kwaad is al geschied. Zou er echt nog ergens iemand zijn die niet door heeft dat het grote doek gevallen is?
Ik herken de persoon buiten. Het is de man met zijn hondje, die onverstoord door gaan met hun vaste wandeling. Voor ik hen kan waarschuwen worden zij beide verpletterd door een grote, brandende bol, die vanuit de hemel komt neerdalen.
Dit heeft zo geen zin. Ik draai mij om, stap terug mijn kamer in. Ik wil mijn ouders bellen, dat ik van ze hou, Sonja, dat het me spijt, Ronald, dat hij zich om zijn kanker nu geen zorgen meer hoeft te maken.
Maar ergens weet ik dat er iets niet klopt. Waarom is het nu ineens zo ver? Toen ik gisteren naar bed ging was het toch pas 5 november 2007? Waarom is het eind der tijden dan toch zo vroeg gekomen? Heb ik me vergist? Het klopt gewoon niet.
Ergens besef ik dat het een droom is, dat dit alles onmogelijk echt kan gebeuren, omdat ik deze vernietiging, deze totale verwoesting, deze Wereldbrand, al te vaak heb gezien.
Ergens besef ik dat dit alles te levendig, te écht is om een droom te zijn, dat je je dromen niet zó goed hoort te herinneren, dat dromen horen te verdwijnen op het moment dat je wakker wordt.
Het is een droom, en tegelijkertijd kán het geen droom zijn.
En mensen nemen het me kwalijk als ik er weer over begin. Ze noemen me een doemdenker. Ik vraag me af hoe zij er mee zouden omgaan als ze elk moment dat ze sliepen het einde van de wereld zouden zien; zou het hen niet tot waanzin drijven? Zouden zij er normale mensen onder blijven? Zouden zij niet inzakken onder de druk die het aanschouwen van het zich voortdurend herhalende einde van onze wereld met zich meebrengt?
Waarom zie ik deze destructie, en waarom ben ik de enige? Probeert God, iemand, mij iets duidelijk te maken? Proberen ze mij tot actie aan te zetten, en zo ja, wat voor actie? Ik heb hier niet om gevraagd.
Elke keer eindigt mijn ‘droom’ op dezelfde wijze; ik kijk op mijn mobiele telefoon, die op mijn nachtkastje ligt, welke datum het is, en de uitkomst is nooit anders; het is altijd dezelfde dag.
20 december 2012.
En dan word ik wakker, in mijn eigen bed, zonder brand buiten, slechts het geluid van mijn wekker, of het kraken van de kamer, of het geluid van stemmen bij de buren. En dan ga ik weer aan de gang, met studeren, bezigheden, iets om de tijd te vullen.
De dagen houd ik vol, maar de nachten… Soms overweeg ik om een nacht over te slaan, maar een mens kan niet zonder slaap. Ik moet toegeven, aan mijn slaap, en haar verschrikkelijke visioenen.
Elke nacht weer.
Voor mij vergaat de wereld elke nacht weer.
Nog 1862 dagen en dan houdt het op.