zondag 28 oktober 2007

Tijd




Kon je tijd maar opsparen.
Kon je de uren die je niet optimaal benut maar bij je houden voor later gebruik, als de gelegenheid zich voordoet om ze in te zetten.
Die uren in de weekenden dat je maar wat rondhangt, wachtend tot er iets gebeurt. Of desnoods elk stel minuten dat je wachtend op een perron doorbrengt. Dat half uur dat je op doordeweekse dagen langer in bed blijft liggen omdat het college toch pas vanmiddag begint en het zo koud wordt in je kamer.
Kon je die maar inzetten op de momenten dat je ze echt nodig hebt; de dagen die je doorbrengt met het meisje op wie je verliefd bent, die aangename periode tussen het moment dat je een beetje aangeschoten bent en het moment dat je op je bed neervalt, of desnoods voor de ogenblikken dat je een tentamen moet voorbereiden.

Ik wil mijn tijd graag beter gaan gebruiken nu die zo beperkt is gebleken, maar ik weet niet hoe. Ik betrap me er op dat ik met mijn gewone bezigheden blijf doorgaan; mijn gebruikelijke internetrondje in de ochtend, een eindje joggen en gewichtheffen, het werken aan opdrachten en papers voor school, het bijhouden van dit weblog…
Het is allemaal zo triviaal en betekenisloos. Ik wil iets van betekenis doen. Ik wil mijn gewonnen uur gebriken om 20 december 2012 te voorkomen. Maar hoe? Wie zal me geloven? Wat ben ik meer dan Victor van Vrangen, geboren 24 oktober 1985 te Breda, ietwat labiel, gepest op school, continu worstelend met depressies. Als ik het eind der tijden zou gaan verkondigen zouden ze me voor gek verklaren.

Het probleem is dat vijf jaar een behoorlijk ruime tijd is. Als je nog vijf dagen te gaan hebt gebruik je die om die dingen te doen die je altijd al hebt willen doen, zonder op je gezondheid te hoeven letten, of je gebruikt ze om uitgebreid afscheid te nemen van je naasten. Maar vijf jaar is tijd genoeg om je schouders op te halen en te zeggen: ‘Daar maak ik me dan wel weer druk om’.
Aldus: Daar maak ik me dan wel weer druk om.

Wat dat ene uur betreft: dat heb ik besteed aan het voetballen met mijn broer op een pleintje bij ons in de wijk. Ik weet niet of het een goede besteding was, en zal het misschien ook nooit weten.

Geen opmerkingen: