Ik heb er een uur bij gekregen. Jippie! Het is nu wintertijd.
Ik weet niet of ik blij ben met dit extra uur. Het voelt alsof er ineens een grote druk op mij ligt om iets met dit uur te doen, om het te benutten, zoals je een cadeau benut. Ik krijg liever geld…
Gisteravond al heb ik besloten mijn extra uur op de zondag en niet op de zaterdag op te nemen. Daarom ga ik zaterdagavond om twaalf uur zomertijd naar bed en sta ik op zondagochtend om half acht wintertijd weer op.
Ik ervaar gewoonlijk een gevoel van beklemming als ik in het huis van mijn ouders wakker word. Hier woonde ik twintig jaar geleden al, en nu ben ik er weer. Het is alsof ik vast zit, alsof ik met mijn leven maar één kant op kan.
Vooruit, naar 2012.
Als ik me naar beneden begeef zitten mijn ouders al aan het ontbijt. De schoften zijn me voor geweest, en dat terwijl ik alleen wilde ontbijten.
“Jij staat ook maar vroeg op”, stelt mijn moeder vast, “Maar het is natuurlijk eígenlijk al half negen.”
Terwijl mijn moeder naar mij kijkt maakt mijn vader van de gelegenheid gebruik om ongegeneerd in de boter te hoesten. De sul doet het niet eens expres.
“Nee, het is helemaal geen half negen”, zeg ik nijdig, “De klok is teruggezet. Het is ‘eígenlijk’ helemaal niets.”
Terwijl de woorden mijn mond verlaten heb ik er spijt van. Ik voel het antwoord al aankomen.
“Meneertje heeft een ochtendhumeur”, lacht mijn moeder.
Mijn vader hoest op zijn hand, die hij vervolgens gebruikt om het achterste korstje uit de zak boterhammen te graaien.
Ik zeg niets en ga zitten. De thee is op en ik moet nieuwe zetten. Ik maak een korte afweging of dit de moeite waard is, en besluit dat ik toch thee nodig heb.
“Moet jij op zaterdagavond eigenlijk niet uit?”, vraagt mijn moeder, terwijl ik de waterkoker vul, “De stad in, mensen ontmoeten? Wij hebben het gisteren heel leuk gehad.”
Mijn ouders hebben een actiever sociaal leven dat ik ooit zal hebben. Erg vrolijk word ik hier niet van. Ze zijn hier ook zo bemoeizuchtig over. Ik vertel hen heel weinig van wat mij bezig houdt. Zij weten niet van mijn hoofdpijnen, van wat ik in Tilburg zoal doe, en bovenal weten zij niet van 20 december 2012. Onwetendheid is alles.
“Moet jij ook niet eens wat vaker uit gaan?”, dringt mijn moeder aan, “Anders kom je toch nooit aan de vrouw?”
Mijn vader hoest in de pot pindakaas, en daarna in de vlokken. De man éét niet eens vlokken.
Ik zwijg. Enige tijd lang heb ik er een sport in gezien mijn ouders wijs te maken dat ik homo ben, via niet zo subtiele hints in de zin van ‘Ik zou zo graag op dansles gaan’ en ‘Ik wou dat ik kapper was’, maar ze pikten het niet op, of wílden het niet oppikken. Jammer, ik had er wel plezier in.
“Je broer ligt nu vast zijn roes uit te slapen”, zegt mijn moeder, “Hij was vannacht pas om vier uur thuis. Wintertijd. Hij had zelfs iemand bij zich. Een vriendinnetje. Het is toch altijd zo’n bezige jongen.”
Ik kan er niet meer tegen, en besluit mijn ontbijt maar over te slaan. Met mijn kop thee verdwijn ik naar mijn kamer.
Nu weet ik nog steeds niet wat ik met dat extra uur moet doen.
zondag 28 oktober 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten